Gespot: een Cadillac Seville uit 1986
Heet gewassen Cadillac
|
|
Door Niels Janson . Autoliefhebber in hart en nieren. Heeft een brede interesse en houdt van bijna alle soorten auto's, ook in miniatuur. Heeft in het bijzonder een zwak voor oude Amerikanen en rijdt zelf met plezier in een Buick Regal uit 1994. |
AutoRAI.nl
De Cadillac Seville was in Europa relatief succesvol, maar dat geldt juist niet voor het model dat wij tegenkwamen. Juist daarom laten we hem graag zien in onze wekelijkse rubriek Gespot.
Het gespotte exemplaar
Op de bezoekersparkeerplaats van auto-evenementen is vaak ook al genoeg interessants te zien. Laatst lieten we bijvoorbeeld nog deze zeer originele New Yorkse taxi zien. Op diezelfde parkeerplaats stond ook deze mooie Cadillac Seville uit 1986. De auto is sinds 2012 in Nederland. Opmerkelijk is dat de auto bij de RDW staat geregistreerd als een GMC Cadillac Seville, terwijl dat bedrijfswagenmerk van General Motors natuurlijk niets met het luxe Cadillac heeft te maken.
De Cadillac Seville: de ‘kleine’ Cadillac
Voor modeljaar 1976 werd het modelaanbod van Cadillac aan de onderkant uitgebreid met de Seville. Een naam die in de jaren ’50 al eens was gebruikt om de tweedeurs hardtop-versie van de Eldorado aan te duiden, maar die voortaan dus juist voor het instapmodel gold.
Vanwege zijn relatief compacte afmetingen wist de Seville voor Cadillac-begrippen ook in Europa nog wel redelijke verkoopaantallen neer te zetten. Het meest bekend zijn de tweede generatie (1979–1985) met zijn schuin afgesneden achterzijde en de laatste, vijfde generatie (1998–2004). Een wat meer vergeten modelgeneratie is de derde (1985–1991) en dat is juist het model dat wij nu hebben gespot.
De derde generatie Cadillac Seville
De derde generatie kwam in 1985 voor modeljaar 1986 op de markt. Het nieuwe model werd altijd aangedreven door een 97 kW (132 pk) sterke 4,1-liter V8, die net als bij de voorganger dwars voorin lag en de voorwielen aandreef. Zoals gebruikelijk was de transmissie een viertrapsautomaat.
Bij de derde generatie Cadillac Seville begon ook elektronica een grotere rol te spelen. Zo was de auto voorzien van een voor die tijd geavanceerd motormanagementsysteem. Ook was het dashboard deels digitaal.
Facelift en nieuwe uitvoering
Voor modeljaar 1988 onderging de Cadillac Seville een subtiele facelift. Groter nieuws was de introductie van de STS-uitvoering. Dat stond voor Seville Touring Sedan (ja, feitelijk staat er dan twee keer ‘Seville’ in de typenaam), een extra luxe uitvoering met een enigszins sportief tintje. In ieder geval waren er naast luxe zaken ook aanpassingen doorgevoerd aan het onderstel, wat de rijeigenschappen van de STS ten goede kwam. Voor alle uitvoeringen werd de 4,1-liter V8 vervangen door een 4,5-liter met een vermogen van 116 kW (158 pk).
Laatste updates voor de Cadillac Seville
Voor modeljaar 1990 volgden nog enkele updates. Naast kleine cosmetische wijzigingen was het grootste nieuws de motor. Die kreeg een nieuw systeem voor de brandstofinjectie, wat het vermogen op 132 KW (182 pk) bracht. Ook was een bestuurdersairbag voortaan standaard. Voor het laatste modeljaar 1991 was er nog een technische update. De inhoud van de V8 werd vergroot tot 4,9 liter, wat samen met nog wat aanpassingen leidde tot een vermogen van 149 kW (203 pk). De transmissie was voortaan elektronisch aangestuurd.
Met in totaal zo’n 145.000 verkochte exemplaren was de derde generatie Cadillac Seville geen groot succes. Dat verklaart mede waarom deze modelgeneratie tegenwoordig minder bekend is. Gelukkig wist het volledig nieuwe model van 1992 dat weer goed te maken.
De Cadillac Seville in Nederland
Voor zover wij kunnen nagaan is alleen de laatste generatie van de Cadillac Seville rechtstreeks door GM geleverd op de Nederlandse markt. Eerdere generaties vonden echter via grote onafhankelijke importeurs ook wel hun weg naar ons land. Tegenwoordig staan er nog 378 Sevilles op Nederlands kenteken. Het meest voorkomend zijn nog altijd de eerste twee modelgeneraties, gevolgd door de laatste twee met ongeveer gelijke aantallen.
Anders gezegd vormt de door ons gespotte derde generatie als enige een ‘gat’ in de statistieken, met slechts zestien exemplaren. Het door ons gespotte exemplaar is zelfs de enige van twee uit 1986.