VIDEO: Dit is precies waarom de Nederlandse politie zelden een PIT-manoeuvre uitvoert
AutoRAI.nl
De PIT-manoeuvre mag er op het scherm dan wel indrukwekkend uitzien, de praktijk bewijst dat de Amerikaanse ‘ram-tactiek’ te vaak slachtoffers eist die niets met de achtervolging te maken hebben.
PIT-manouvre
Wie wel eens een achtervolging uit de Verenigde Staten voorbij ziet komen, weet wat er gebeurt wanneer de politie een vluchtauto zat is. Met een gerichte tik tegen de achterflank — de Precision Immobilization Technique, oftewel PIT-manoeuvre — wordt een auto op volle snelheid in een spin gedwongen. Effectief? Absoluut. Maar ook levensgevaarlijk, niet alleen voor de dief achter het stuur. Dat blijkt uit de video onderaan dit artikel.
200 km/u
In de video zie je een achtervolging op een Amerikaanse snelweg waar de snelheid tot 200 km/u oploopt. Ondanks deze gigantische snelheid besloot de agent over te gaan tot een PIT-manoeuvre. Hij reed strak naar de achterzijde van de vluchtauto en tikte de achterflank aan om de wagen uit balans te brengen en te laten spinnen.
De spinnende wagen blijft echter niet op zijn eigen rijstrook, maar vliegt op hoge snelheid over de rijbanen heen. Hierbij boort het voertuig zich met volle vaart in de zijkant van een auto die daar nietsvermoedend rijdt. De twee inzittenden van de onschuldige, geramde auto zijn zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis.
Proportionaliteit
Exact om dit soort situaties te voorkomen gebruikt de Nederlandse politie niet of nauwelijks de PIT-manoeuvre. De Nederlandse politie werkt volgens twee strikte grondbeginselen bij geweldstoepassing: proportionaliteit (staat het middel in verhouding tot het delict?) en subsidiariteit (is er echt geen lichter middel voorhanden?).
Iemand die ‘slechts’ op de vlucht slaat voor een verkeerscontrole of een diefstal, mag volgens het Nederlandse recht niet in levensgevaar worden gebracht. Pas wanneer er sprake is van een acute, levensbedreigende situatie — bijvoorbeeld een terreurdreiging of een zware crimineel die roekeloos voetgangers in gevaar brengt — wordt het opzettelijk aanrijden van een auto überhaupt overwogen. En zelfs dan moet er eerst toestemming zijn van de meldkamer of de leiding.
Hoe lost Nederland het dan wel op?
In plaats van de crash-strategie kiest de Nederlandse politie voor tactieken die gericht zijn op gecontroleerde vertraging en minimale schade:
Inboxen: Getrainde eenheden sluiten de vluchtauto met meerdere politievoertuigen (voor, achter en opzij) strak in om de snelheid er geleidelijk uit te halen.
Spijkermatten (Stinger): Het leksteken van de banden op een gecontroleerde plek.
Luchtondersteuning: De achtervolging op straat staken of afstand houden, terwijl de politiehelikopter de auto op veilige afstand blijft volgen tot de bestuurder klem loopt of uitstapt.