Spyker is terug: C8 Preliator XXV is Hollandse glorie met een roségouden randje
|
|
Door Casper Hazebroek . Hij vindt het al heel zijn leven lang leuk om auto’s in beeld te brengen met een camera en heeft van deze uit de hand gelopen hobby zijn werk gemaakt - van autospotter naar autojournalist, kort door de bocht genomen. |
AutoRAI.nl
Een 4,0-liter biturbo V8 met 800 pk, een ouderwetse handbak en nauwelijks beeldschermen. Spyker is terug en doet dat op een manier die behoorlijk haaks staat op wat andere autofabrikanten doen. Van de nieuwe C8 Preliator XXV Coupé worden slechts 25 exemplaren gebouwd.
Het exemplaar waarmee Spyker zijn terugkeer viert, is gespoten in groen metallic met roségouden details. Een soort oranje boven dus.
Bekend gezicht, toch echt nieuw
De naam C8 Preliator komt niet uit de lucht vallen. Spyker presenteerde in 2016 al een C8 Preliator en wie beide auto’s naast elkaar zet, hoeft geen zoek-de-verschillenkampioen te zijn om de overeenkomsten te zien. De karakteristieke lage neus, brede achterzijde, luchtvaartdetails en bijzondere portieren zijn allemaal nog aanwezig.
Toch benadrukt Spyker dat de C8 Preliator XXV Coupé geen grondig opgefriste auto uit 2016 is. Volgens het merk begon de ontwikkeling met een schone lei. Het aluminium spaceframe is compleet opnieuw ontworpen en alle aluminium carrosseriepanelen zijn nieuw gevormd.
Het werk daarvoor wordt uitgevoerd door Coventry Prototype Panels in Engeland. Dat Spyker voor aluminium kiest, is een bewuste keuze. Waar koolstofvezel inmiddels ongeveer het standaardrecept is voor exotische sportwagens, houdt het Nederlandse merk vast aan metaal dat met de hand kan worden gevormd, gepolijst en afgewerkt. Voor één auto is volgens Spyker ongeveer 2.100 uur werk nodig. Alleen al het met twee naalden stikken van het stuur kost een vakman zo’n vier uur.
800 pk en vooral zelf schakelen
Dan het gedeelte onder de motorkap – of in dit geval eigenlijk een flink deel van de achterkant. Achter de inzittenden ligt een 4,0-liter V8 met twee turbo’s. De achtcilinder levert volgens Spyker 800 pk en 1.000 Nm koppel. De topsnelheid bedraagt ongeveer 350 km/u.
Minstens zo interessant is wat er tussen de motor en de achterwielen zit. Spyker kiest namelijk voor een handgeschakelde zesversnellingsbak. Geen dubbele koppeling, geen schakelflippers en geen software die alvast bedenkt welke versnelling je waarschijnlijk nodig hebt. Je krijgt een koppelingspedaal en een pook. Zelf doen dus.
Daarmee haalt Spyker meteen een van zijn bekendste ontwerpdetails terug: het grotendeels opengewerkte schakelmechanisme in de middentunnel. Bij eerdere C8-modellen was dat al een blikvanger en ook in de C8 Preliator XXV krijgt de mechaniek een hoofdrol. Volgens topman Victor Muller hoort de mogelijkheid om zelf een verkeerde versnelling te kiezen simpelweg bij het rijden van een sportwagen.
Scherm? Eentje is genoeg
Die analoge benadering stopt niet bij de versnellingsbak. Wie bij een moderne hypercar een interieur verwacht waarin iedere vrije centimeter door een display wordt ingenomen, komt bij Spyker bedrogen uit.
Er is een head-up display, maar dat is volgens het merk ook meteen het enige scherm. De rest bestaat uit traditionele instrumenten, fysieke schakelaars, aluminium en leder. Daarmee lijkt de nieuwe Spyker bijna een protestactie tegen de huidige schermenwedloop in de auto-industrie. En eerlijk is eerlijk: bij een merk dat zijn schakelpook expres niet onder een hoes verstopt, zou een groot scherm ook wat vreemd staan.
Straaljagers blijven inspiratiebron
Ook bij de C8 Preliator XXV blijft de luchtvaart een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Spyker raakte in 1914 daadwerkelijk betrokken bij de Nederlandse vliegtuigbouw en gebruikt die geschiedenis al sinds zijn moderne herstart in 2000 als inspiratiebron voor zijn auto’s.
De nieuwe Preliator zit opnieuw vol verwijzingen. Zo gebruikt Spyker NACA-luchtinlaten, zijn de achterlichten vormgegeven als de naverbranders van een straaljager en ook de grote vin aan de achterzijde heeft historische wortels, die verwijst namelijk naar de Spyker C1 Aerocoque uit 1919.
Quail Green met roségoud
De auto die tijdens The Quail wordt getoond, heeft chassisnummer 270 en is uitgevoerd in Quail Green, een vrij uitgesproken groene metalliclak waarin subtiele roségouden flakes zijn verwerkt. Ook details op de auto hebben een roségouden afwerking. Binnenin kiest Spyker voor oranjebruin leder dat het merk Tuscan Saddle noemt. Daardoor krijgt deze eerste C8 Preliator XXV toch nog een klein vleugje oranje mee.
Hele achterkant kan open
Ook onderhuids heeft Spyker enkele opvallende keuzes gemaakt. De brandstoftank zit niet langer in de dorpels, maar achter de stoelen en vóór de motor. Een vergelijkbare positie gebruikte het merk eerder bij zijn Le Mans-raceauto’s.
Daardoor verhuist de bagageruimte volledig naar de neus. Achterin ontstaat juist ruimte voor een opvallend kunstje. Met een druk op de knop kan een groot deel van de carrosserie worden geopend. Spyker noemt dat butterfly mode. Hierdoor komen de motor en achterwielophanging volledig in beeld.
Nieuwe eigenaar, nieuw hoofdstuk
De C8 Preliator XXV Coupé komt niet zomaar uit de lucht vallen. Eerder in 2026 stapte ondernemer Volodymyr Nosov in als mede-eigenaar van Spyker. Zijn W Group ging tegelijkertijd een strategische samenwerking met het Nederlandse merk aan. W Group houdt zich onder meer bezig met fintech, blockchain en digitale infrastructuur.
Dat klinkt misschien als de perfecte aanleiding om de nieuwe Spyker vol schermen, apps en digitale snufjes te stoppen, maar het merk zegt juist het tegenovergestelde te willen doen. De auto’s zelf moeten analoog blijven. De technologie van W Group moet vooral worden gebruikt voor de digitale omgeving rondom het merk en de communicatie met klanten en verzamelaars.
Slechts 25 exemplaren
Spyker is van plan 25 exemplaren met de hand te bouwen. Iedere auto wordt individueel voor zijn eigenaar samengesteld. Over een prijs doet het merk geen mededelingen.